Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

zaal, waar toestellen voor het gebruik van het bedrijfsproduct worden getoond, maar verkoopen zelf ook deze toestellen.

Daartegen hebben veelal plaatselijke gasfitters en electriciens geageerd, vaak gesteund door middenstandsvereenigingen en Kamers van Koophandel. Zij zagen in dezen verkoop een concurrentie, aan het vrije bedrijfsleven door overheidsinstellingen aangedaan. Daarbij werd gewezen op de sterkere positie, waarin het overheidsbedrijf zich bevond, dat vaak de toestellen voordeelig kon inkoopen, deze ook door het nemen van een kleinere winstmarge goedkooper kon leveren, een grooter prestige bij de afnemers had en zoo noodig gemakkelijke betalingsvoorwaarden (huurkoop) kon toestaan.

De bedrijven hebben deze bezwaren niet onweersproken gelaten1). Hun debiet is in belangrijke mate afhankelijk van soort en aantal der onder het publiek geplaatste verbruikstoestellen. De bedrijven beschouwden het daarom als een aanvulling van hun primaire taak, de levering van gas of electriciteit, om, wanneer en voorzoover het particuliere bedrijf bij het bevorderen van den toestellenverkoop in gebreke blijft, deze taak geheel of ten deele zelf ter hand te nemen.

Voor het in gebreke blijven van den particulieren handel waren allerlei oorzaken aan te wijzen, zooals onvoldoende technische bekwaamheid en mindere propaganda-mogelijkheden.

De toonzalen, waar toestellen verkocht worden, bleken meer succes te hebben dan die, waar uitsluitend voorlichting wordt gegeven. Ook werd de verkoop wel verdedigd met een beroep op de exploitatiekosten van de toonzaal, welke door den verkoop voor een deel werden goedgemaakt.

In vele gevallen bleek de concurrentie ook voor het particuliere bedrijf haar goede zijde te hebben.

De propaganda en bevordering van het gebruik door de gas- en electriciteitsbedrijven stimuleerden ook den verkoop door fitters en electriciens en vergrootten hun arbeidsveld.

*) Zie o. a. het uitvoerig advies der Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten aan den Minister van Binnenlandsche Zaken in het jaarverslag 1934, blz. 154 165, waaraan ik het een en ander ontleen.

Ook in het buitenland is de kwestie niet onbekend. Zie Knoop, Principles and methods of Municipal Trading, 1912, blz. 49 en vlg.

Sluiten