Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

elke groep dooreen. Globaal laten zij echter zien, dat de bedrijfswinsten bij het grooter worden der gemeenten zoowel absoluut als in haar verhouding tot de belastingopbrengst sterk toenemen. In de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners maken de winsten 40 % uit van winsten en belastingopbrengst tezamen, in de groep van 50.000—100.000 is dit percentage 36 en het zakt vervolgens via 25, 15, 61/2, en 3 tot 1,13 % in de groep der gemeenten beneden 2.000 inwoners. Voor alle gemeenten tezamen is het percentage op 30 te stellen.

Met deze gegevens voor oogen zullen zelfs de ernstigste tegenstanders van gemeentelijke bedrijfswinsten moeten erkennen, dat het niet mogelijk is deze uit te bannen zonder de gemeenten op andere wijze inkomsten te verschaffen dan wel van uitgaven te ontlasten. Een behandeling van de vraag, of deze compensatie voor het wegvallen van bedrijfswinsten zou kunnen worden gevonden, ligt buiten het bestek van dit boek.

In het feit, dat de gemeenten de bedrijfswinsten noodig hebben,

kan men een principieele rechtvaardiging van die winsten zien.

Aldus doet Emonds '), die er op wijst, dat ook de financieele toestand der gemeente een algemeen belang is en dat het slechts de vraag is, „welk belang het zwaarste weegt, öf den prijs der producten op een redelijke hoogte te laten en dan door winstuitkeering aan de gemeente het evenwicht der financiën te behouden, óf den prijs tot de productiekosten te brengen en dan telkens de belasting te verhoogen om de begrooting sluitend te maken".

Het door zijn eenvoud aantrekkelijke argument is daarom m. i.

niet afdoende, omdat het vooronderstelt, dat het door het bedrijf rechtstreeks te dienen belang in beginsel het maken van winst toelaat.

Juist dit laatste moet worden onderzocht2).

Het is dan allereerst van belang af te bakenen, wat al dan niet Wat is tot de bedrijfswinst moet worden gerekend. bedrijfswinst?

De winst van een gemeentebedrijf is het voordeelig saldo van de ') T. a. p. blz. 35.

2) En tot deze vraag beperk ik mij zonder over het hoofd te zien, dat daarbuiten liggende overwegingen van algemeen gemeentelijk beleid invloed op de practische beslissingen kunnen uitoefenen.

Sluiten