Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

producenten tegen den laagst mogelijken prijs, d.w.z. den kostprijs van de marginale ondernemingen. De overige ondernemingen, die, door omstandigheden van uiteenloopenden aard, tegen lageren prijs kunnen produceeren, behalen een zekere ondernemerswinst, die echter over het geheel niet zeer groot is. In de maatschappij doet zich voorts voortdurend een tendens naar een lageren kostprijs gevoelen." Het maken van monopoliewinst is met deze tendens in strijd. Wij zagen in hoofdstuk II § 2 juist, dat het behalen van monopoliewinsten door particuliere concessionarissen een van de nadeelen van het concessiestelsel wordt geacht, dat door het publieke bedrijfsbeheer wordt opgeheven. Maar dan moet de publieke beheerder niet in dezelfde fout vervallen, welke hij in den particulieren exploitant hekelde. _

Overtuigend acht ik de redeneering niet. In zekeren zin is de monopoliewinst van gelijken aard als de ondernemerswinst, welke bij concurreerende ondernemingen wordt behaald. Beide zijn een gevolg van gunstige omstandigheden, waarin het bedrijf zich

bevindt. .

Een winstgevende concurreerende onderneming heeft b.v. een betere ligging ten aanzien van den aanvoer van grondstoffen of van de aflevering van producten, gevestigde relaties enz. Daardoor is haar kostprijs lager dan die van de concurrentie, terwijl de kostprijs van de onder de ongunstigste omstandigheden werkende onderneming, welke dien prijs nog door de koopers aanvaard weet te krijgen,

den marktprijs ook voor de gunstiger ondernemingen bepaalt.

Bij monopolistische bedrijven valt de vergelijking met concurreerende ondernemingen weg. Maar ook daar is de winst een gevolg van gunstige omstandigheden, waarin het bedrijf ten opzichte van de markt, d. w. z. den prijs, welken de koopers kunnen en willen

betalen, verkeert. .

Waarom ondervindt de in concurrentie behaalde winst dan geen critiek? In de eerste plaats, omdat de gunstiger omstandigheden, welke haar veroorzaken, vaak zijn toe te schreven aan arbeid en initiatief van den ondernemer, welke in deze winst hun belooning ontvangen. In de tweede plaats, omdat de concurrentiemogelijkheid deze winst bedreigt en haar inderdaad dikwijls, langs den weg van

Sluiten