Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

„Indien het beheer van de gemeentebedrijven, met inbegrip van de prijzenpolitiek, aan al de hierboven gestelde eischen voldoet, dan is er geen enkele reden voor het beheerend bestuur der gemeentebedrijven om zich te verontschuldigen, dat er uit deze bedrijven ondernemerswinst wordt gemaakt. Er is heelemaal niets misdadigs in.'

Dit lange citaat heb ik mij veroorloofd, omdat het duidelijk een meening weergeeft, waarmede ik mi] bijna geheel kan vereenigen. Bijna geheel — uit het citaat spreekt de overtuiging, dat het algemeen belang slechts de bevordering van het huishoudelijk gebruik verlangt. De gemeente zou met haar bedrijfspohtiek alleen te zorgen hebben voor de consumenten. De producenten zullen zelf wel beslissen, of zij met voordeel van de diensten van het gemeentebedrijf gebruik kunnen maken. Deze opvatting bestreed ik reeds hierboven. Hier wil ik die bestrijding aanvullen.

Levering aan De Overheid heeft naar mijn meening zeer zeker tot taak gunstige oolTover-3 voorwaarden voor de economische bedrijvigheid te scheppen. Ik heidstaak. geloof niet, dat iemand, van welke politieke of economische overtuiging ook, dit zal kunnen ontkennen. Hoe zouden anders het aanleggen van land- en waterwegen, van spoorwegen en havens, het regelen van markten en beurzen als normale Overheidsbemoeiingen beschouwd kunnen worden?

Principieel is deze taak aldus te omschrijven: zoodra een factor in de bedrijfsvoering bij algemeene verzorging een beter resultaat voor de individueele bedrijven geeft dan indien ieder bedrijf zelf deze zou hebben te behartigen, is er reden tot Overheidsbemoeiing.

De omvang en de inhoud van de taak zijn van de maatschappelijke en technische ontwikkeling afhankelijk.

Wanneer thans bij de bestaande techniek een gemakkelijker en voordeeliger energievoorziening van bedrijven kan worden verkregen door middel van algemeen werkende gas- en electriciteitsfabrieken dan door eigen opwekking of andere vormen van energie-aanwending, is deze een Overheidstaak geworden. Dit beteekent, dat de Overheid deze zijde van haar bedrijfsdebiet niet moet beschouwen als een toevallige winstmogelijkheid, welke zooveel doenlijk moet worden uitgebuit. Zij dient haar taak ook op dit terrein te begrijpen. De

Sluiten