Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

de grootte of de huurwaarde van zijn woning enz., bij de tariefsbepaling rekening werd gehouden. In het algemeen was dit als een toepassing van het gebruikswaardebeginsel te verklaren.

Sinds een aantal jaren wordt het acht slaan op sociale factoren bij de tariefsvaststelling in en buiten gemeenteraden in meerdere mate verdedigd en daarbij wordt vooral gedacht aan zgn. gezinstarieven. Deze verdienen een afzonderlijke bespreking ).

Toepassingen. Wat zijn gezinstarieven in de practijk? In de laatste jaren hebben verschillende gemeenten, voornamelijk in het Zuiden des lands, deze voor haar gas-, electriciteits- of waterbedrijven ingevoerd. Die tarieven bestaan in het algemeen uit bepaalde reducties, welke op den prijs der leveringen aan groote gezinnen worden verleend. Een gezin wordt groot geacht, wanneer het ten minste 4 of 5 minderjarige kinderen telt. Soms wordt als tweede vereischte gesteld, dat het gezinsinkomen een bepaalde som niet overschrijdt.

De gemeente Eindhoven, die aan groote gezinnen gas en electri-, citeit met een prijsreductie levert, heeft een andere regeling voor de waterlevering: De volgens het algemeen tarief voor waterverbruik toegestane hoeveelheden water worden met 1 m3 per maand verhoogd, indien van het gezin ten minste 5 kinderen in de desbetreffende woning wonen; indien dit aantal kinderen ten minste 8 bedraagt, wordt de toegestane hoeveelheid met 2 m3 per maand verhoogd.

Aan de invoering van gezinstarieven kunnen verschillende gedachten ten grondslag liggen.

Hier te lande zijn de gezinstarieven voornamelijk te beschouwen als een onderdeel van een politiek ten behoeve van de groote gezinnen, welke hier speciaal van Katholieke zijde bepleit wordt.

In Frankrijk, waar in de verhooging van het lage geboortecijfer een nationaal belang wordt gezien, wordt deze politiek algemeen krachtig bevorderd en tot de reducties, welke aan de „pères de nombreuses families" worden verleend, behooren in vele

Groote-

gezinnen-

politiek.

1) Zie de inleidingen van Mr. M. H. de Boer en Prof. Mr. C. P. M. Romme en de gedachtenwisseling op het congres der Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten van

1936 in Gemeentebestuur 1936, blz. 243—293 en voorts een artikel van Mr. G. JL A. Ipmig,

Groote gezinnen en de tarieven voor gas, water en electnciteit, in t.U. IMO, blz. M.

Sluiten