Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTELIJK GRONDBEDRIJF

Nu is het duidelijk, dat het smalle randgebied in de meeste ge- Invloed vallen niet absoluut begrensd is, maar dat zijn omvang mede afhangt gemeentelijke van de uitbreidingspolitiek der gemeente. Indien deze bij een grondtoenemende bevolking het oog gericht houdt op de uitbreidingsmogelijkheden der gemeente en die door bereidheid tot straataanleg, doortrekking van verkeersmiddelen enz. vergroot, zal de differentieele waarde van het uitbreidingsgebied verminderen. Wanneer de gemeente zelf veel gronden in handen heeft, zal zij deze politiek gemakkelijker kunnen voeren1).

Of de gemeenten, die grondbedrijven exploiteeren, dit steeds hebben gedaan, is een tweede vraag. Dat de gemeente in den prijs van haar gronden zooveel mogelijk de kosten van stadsuitbreiding vergoed krijgt, acht ik juist. Door de techniek van de kostprijsberekening wordt het hiervoor in den prijs opgenomen deel niet als winst beschouwd. Zou men dit wel als wmst willen aanmerken,

dan oordeel ik het — analoog aan mijn opvatting nopens de winst van andere gemeentebedrijven — billijk, dat de gemeente, die de lasten van de stadsuitbreiding te dragen heeft, daarvan ook de lusten geniet.

Practisch zullen met alle lasten van de stadsuitbreiding in den kostprijs der gronden worden opgenomen. Natuurlijk zal het aan de stad toegevoegde gedeelte naast lasten ook baten voor de gemeentehuishouding in den vorm van belastingen en inkomsten voor de bedrijven opleveren. Al deze factoren zou men in aanmerking moeten nemen, alvorens te kunnen concludeeren, of de gemeente met haar grondexploitatie werkelijke winsten heeft behaald.

In het algemeen moet m. i. de gemeente ook niet streven naar hoogere prijzen dan die noodig zijn om haar ruim opgevatte kosten te dekken. Wel zal zij hierbij voorzichtig moeten zijn. Geeft zij den grond beneden de marktwaarde af, dan zal de eerste kooper of erfpachter waarschijnlijk het perceel tegen de marktwaarde vervreemden en aldus het voordeelig verschil incasseeren. Daarmede dient de gemeente geen algemeen belang; dan had zij beter de mogelijke winst in haar kas kunnen laten vloeien.

De exploitatie van de gemeente moet dus niet gericht zijn op verkoop of uitgifte van gronden beneden de marktwaarde. Voorx) Zie hierbij v. Mangoldt in Handwörterbuch des Wohnungswesens, 1930, blz. 175 en 176.

Sluiten