Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTELIJK GRONDBEDRIJF

bepalingen deel uit van de erfpachtsovereenkomst. Hierdoor zijn het zakelijke verplichtingen, welke de gemeente tegen eiken lateren verkrijger van het erfpachtsrecht kan handhaven.

Herkrijging 2. De gemeente kan in de toekomst op gemakkelijke wijze de schikking6" beschikking herkrijgen over gronden, welke zij zal blijken voor den over uit- openbaren dienst noodig te hebben. De gemeente kan het na verloop gronden van iaren no°dig wenschelijk achten voor openbare doeleinden te beschikken over gronden, welke zij tevoren voor particulier gebruik heeft uitgegeven. Voor een lange tijdsperiode is niet te voorzien, welke terreinen de gemeente ooit nog weer eens noodig zal hebben. Het kan blijken, dat de straten, op de tegenwoordige behoeften berekend, niet ruim genoeg zijn voor het toekomstige verkeer. Ook kan de gemeente door toeneming van de bevolking of van haar bemoeiingen haar dienstgebouwen en -terreinen moeten vermeerderen of vergrooten.

Heeft de gemeente den grond verkocht, dan zal zij daarover slechts weer kunnen beschikken door dezen terug te koopen of te onteigenen. Voor den terugkoop is zij afhankelijk van de toestemming van den eigenaar, die niet zal nalaten om van de vraagpositie der gemeente tot zijn voordeel gebruik te maken.

Onteigening is allesbehalve een eenvoudig instituut. Daarvoor moet de medewerking van het Rijksbestuur worden verkregen. De formaliteiten nemen veel tijd in beslag en tenslotte zal de schadeloosstelling door den rechter worden bepaald.

Bij uitgifte in erfpacht kan de gemeente zich het recht voorbehouden om wanneer zij naar uitspraak van haar eigen organen het perceel voor den openbaren dienst noodig zal hebben, de erfpacht tusschentijds op korten termijn te beëindigen. Uiteraard zal de gemeente den erfpachter (met inachtneming van de rechten van hypotheekhouders) schadeloos moeten stellen. Maar de gemeente heeft hier, in tegenstelling tot de gevallen van terugkoop en onteigening, het heft in handen en zij kan de schadeloosstelling beperken tot de waarde van het erfpachtsrecht en de opstallen zonder dus met bijkomende schade-elementen rekening te houden ).

1) Zie bv. de artikelen 22 en 23 van de Model-bepalingen omtrent uitgifte in erfpacht der Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten, 1926.

Sluiten