Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XII

ONTWIKKELINGSTENDENZEN § I. Centralisatie en concentratie

In verschillende der vorige hoofdstukken kon ik wijzen op een groei van de behoeftenvoorziening door middel van gemeentelijke bedrijven. Ik zou een onvolledig beeld van de werkelijkheid schetsen, indien ik daarnaast geen aandacht schonk aan ontwikkelingstendenzen, die — althans voor sommige terreinen van de gemeentelijke bedrijfswerkzaamheid — het accent verleggen naar den arbeid in grooter verband.

Het gebied van de gemeentelijke huishouding kan door den wil Centralisatievan den wetgever worden beperkt. De wetgever zal hiertoe in het aangezicht van artikel 146 der Grondwet gerechtigd zijn, wanneer hij van oordeel is, dat een „belang, waarvoor nog kort te voren de gemeentelijke overheid de meest aangewezen verzorger had geschenen, regeling in grooter verband eischt" 1).

Deze centralisatie kan in intensiteit zeer verschillen. In haar zwaksten vorm zal zij niet verder gaan dan het stellen van eenige regelen, welke de gemeente bij de voortzetting van hare bemoeiing in acht heeft te nemen. De centralisatie blijft dan beperkt tot de hoofdregelen, terwijl de toepassing gedecentraliseerd aan de gemeenten wordt overgelaten. In haar sterkste gedaante leidt de centralisatie tot algeheele overneming van de bemoeiing door het Rijk, waarbij ook geen medewerking bij de uitvoering van de gemeente wordt gevorderd. Daartusschen liggen allerlei gradaties.

De centralisatie-tendenz heeft ook de gemeentelijke bedrijfs- Centralisatie

werkzaamheid niet onberoerd gelaten. der'bedrijven"

Haar zijdelingsche invloed is te bespeuren bij de grond- en Zijdelingsche woningbedrijven. Hun ontstaan en groei zijn slechts te verklaren door lnvloec'' de aansporing en de feitelijke mogelijkheden, welke de Woningwet

*) Prof. Mr. C. W. van der Pot in Oppenheim-Van der Pot, Het Nederlandsche Gemeenterecht, 5e druk, deel I, blz. 66.

Sluiten