Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTWIKKELINGSTENDENZEN

mogelijkheden te beperken. Het is niet zeer waarschijnlijk, dat het Rijk naast de bestaande diensten te Amsterdam, Arnhem, Bussum en Zaandam nog een anderen gemeentelijken girodienst zal willen toelaten. Samenwerking door gemeenten tot gemeenschappelijke verzorging van giroverkeer wordt kortweg door de wet verboden.

Het Rijk stelt zich op het standpunt, dat de Rijkspostchèqueen girodienst tegen verderen groei van het gemeentelijke girowezen moet worden beschermd. In deze bescherming is een algemeen belang te zien. De Commissie-Heldring, welke de Regeering in deze materie heeft geadviseerd, beredeneerde dit als volgt: De Rijksdienst is voor de verzorging van het kleine betalingsverkeer door het geheele land onontbeerlijk. Zijn bestaan zou in gevaar gebracht kunnen worden door een sterke toeneming van gemeentelijke girodiensten, welke zijn taak toch niet volledig zouden kunnen overnemen. Het algemeen belang, dat met de verzorging van het kleine betalingsverkeer gemoeid is, vereischt dus de bescherming van den Rijksdienst tegen een te ver gaande aantasting door gemeentelijke girodiensten.

Trouwens, het nut van den Rijksdienst is afhankelijk van het aantal aangeslotenen en bij stijging van het aantal neemt dit nut niet evenredig, doch met machtsverheffing toe. Versnippering van het giroverkeer over vele diensten heeft juist de omgekeerde werking en is derhalve zeker in strijd met het door een goed girowezen te dienen algemeen belang.

Van den bestaanden omvang van het gemeentelijke girowezen werd geen gevaar voor den Rijksdienst geducht. Daarom werd dit zij het met eenige beperking en toezicht — toegelaten.

Ik vestig nog de aandacht op een bepaling, die ten doel heeft de belangen van de gemeentelijke diensten tot hun recht te doen komen. De wet vereischt de instelling van een commissie van advies en bepaalt, dat twee van de vijf leden aldus zijn te kiezen, dat zij geacht kunnen worden in het bijzonder de belangen van de gemeentelijke diensten te vertegenwoordigen L).

x) Zie omtrent het gemeentelijke girowezen het rapport der Commissie-Heldring, 1934 en mijn artikel in Gemeentebestuur 1936, blz. 317.

Sluiten