Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTWIKKELINGSTENDENZEN

zullen worden gesteld haar financiën aan den nieuwen toestand aan te passen.

De kans lijkt derhalve groot, dat de naasting zal doorgaan en dat daarmede ook de laatste gemeentelijke telefoonbedrijven zullen verdwijnen.

Zoo zal dan de toepassing van de Telegraaf- en Telefoonwet tot een volledige centralisatie hebben gevoerd.

Bank voor Zonder een wet heeft het Rijk een centralisatie bereikt van zijn Nederland- betalingsverkeer met de gemeenten door in de jaren 1925 tot 1927 Gemeenten, de Bank voor Nederlandsche Gemeenten hiervoor als orgaan in te schakelen 1).

Zooals bekend, is deze bank ontstaan uit de in 1915 door een aantal gemeenten opgerichte Gemeentelijke Credietbank. Bij haar reorganisatie in 1922 verdween haar zuiver gemeentelijk karakter. In het aandeelenkapitaal der N. V. Bank voor Nederlandsche Gemeenten nam de Staat deel voor de helft, de provincie ZuidHolland nam 100 aandeelen en de overige werden bij een groot aantal gemeenten geplaatst. Op 31 December 1937 waren blijkens het jaarverslag 6.746 aandeelen van ƒ 1.000,— geplaatst, waarvan bij den Staat 3.373, bij Noord- en Zuid-Holland elk 100 en bij Limburg 50, bij 339 gemeenten 3.116 en bij 2 waterschappen 7. De Raad van Commissarissen is samengesteld uit twee Regeeringscommissarissen, één vertegenwoordiger van de provincie Zuid-Holland, een tweetal bankiers en zes vertegenwoordigers van de gemeenten, waarvan twee zitting hebben namens de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten.

Naast haar taak van centraal verrekenkantoor verricht de Bank de functie van schakel tusschen de gemeenten en de geld- en kapitaalmarkt. Zij verstrekt langloopende leeningen, waartoe zij de middelen verkrijgt uit het aandeelen kapitaal en uit bij het publiek ondergebrachte obligatieleemngen. De Bank combineert op deze wijze de credietvraag van vele gemeenten tot een dergelijk bedrag, dat het vatbaar is voor een openbare emissie. Ook credieten in

*) Zie het Koninklijk Besluit van 28 Maart 1925, St.bl. no. 125 en omtrent de Bank: De Kanter, W. G. B. 1927, blz. 277 en van Poelje, Osmose, blz. 33 en vlg.

Sluiten