Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTWIKKELINGSTENDENZEN

dan eens heb ik gewezen op de concurrentie, welke de gasverkoop van andere warmte- en energiebronnen, zooals petroleum en electriciteit, ondervindt. Voor de laatste jaren is in dit verband ook van belang de verminderde koopkracht der verbruikers, die hen brengt tot bezuiniging op hun gasafname, ook door over te gaan naar het minder geriefelijke petroleumverbruik. Vele gasbedrijven zagen hun afname en daarmede hun productie terugloopen. Hun capaciteit werd onvoldoende benut; daardoor steeg de druk der vaste lasten. Noodzakelijke tariefsverlagingen verminderden trouwens de marge tusschen opbrengst en kosten per m3. Daardoor gingen sommige bedrijven verhes opleveren.

Op verschillende wijze werkt dit proces in de richting van concentratie. Blijvend verlies-gevende bedrijfjes worden stopgezet. Bedrijven met overcapaciteit zullen trachten deze door levering aan andere gemeenten te benutten. Tenslotte treedt ook in deze industrie, zij het in beperktere mate dan bij de electriciteitsproductie, een daling op van de kosten per eenheid, wanneer de productie wordt vergroot.

De volgende gegevens kunnen een indruk van de concentratie verschaffen x).

In 1920 voorzagen 200 gasfabrieken een gebied met een bevolking van 4.284.000 zielen. In 1936 was dit aantal tot 166 (waarvan 141 gemeentelijke) geslonken, deze bedienden een gebied met een bevolking van 6.031.000 zielen. De grootte dezer bedrijven kan blijken uit het volgende overzicht:

Aantal fabrieken op 31 December, welke gas leveren in een gebied met een bevolking van:

2.000 2.000 5.000 ï 0.000 20~000 50.000 ,

en tot tot tot tot tot immn minder 5.000 10.000 20.000 50.000 100.000 IUU"UUU

•920 8 54 60 34 26 7 II

1925 7 43 62 32 29 10 9

1930 5 36 51 36 25 12 11

1935 2 34 44 32 28 13 13

*) Deze gegevens zijn ontleend aan jaarlijksche publicaties in het Maandschrift van het

Sluiten