Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTWIKKELINGSTENDENZEN

Van deze gasfabrieken hadden meer dan 100 een jaarlijksche productie van minder dan 1 millioen m3.

Het concentratieproces door vereeniging van bedrijven is nog lang niet voltooid. Naar Hijdelaar meent, „is de gasindustrie in Nederland verdeeld in een zoodanig groot aantal eenheden van dikwijls kleine capaciteit, dat onderlinge vereeniging van bepaalde bedrijven in het belang der geheele gasindustrie meer en meer wenschelijk moet worden geacht" 1).

Een technische factor is hierbij van belang. Over groote afstanden moet het gas met drukverhoogmg worden getransporteerd. De buisleiding en met name de buisverbindingen moeten den hoogen druk kunnen verdragen. Dit is afdoende mogelijk gemaakt door de toepassing van het autogeen lasschen van stalen, naadlooze buizen. Daardoor worden verbindingen verkregen, die ten minste even sterk zijn als de buiswand en tevens absoluut dicht. Voor een groot deel is de snelle ontwikkeling in het gastransport over langen afstand toe te schrijven aan deze toepassing van het autogeen lasschen 2).

De mogelijkheid van het gastransport over grooten afstand verklaart ook het optreden van eenige „binnendringers in de Nederlandsche gaswereld" 3), die eenige geconcentreerde gasbedrijven hebben gevormd. Het zijn de Staatsmijnen in Zuid-Limburg en het Hoogovenbedrijf te IJmuiden.

Voor beide bedrijven is het gas een bijproduct van de cokesfabricage, in tegenstelling met de gasfabrieken, waar de cokes het bijproduct is. Voor zoover het cokesovengas niet in eigen bedrijven dezer industriëen moet worden benut, kan zijn productieprijs zeer laag worden gecalculeerd. Dit gas verdraagt daarom vrij hooge transportkosten en derhalve kan het nog op groote afstanden loonend worden afgezet.

Centraal-Bureau voor de Statistiek, zie laatstelijk het Maandschrift 1938, blz. 566 en vlg. De levering door de Cokesovenbedrijven is in deze gegevens verwerkt.

*) Iets over het heden en de toekomst der Nederlandsche gasindustrie, Gasbelangen

1936, blz. 100.

2) Ir. R. C. A. Franken, De gasvoorziening op afstand, F. O. blz. 364.

3) Kessler, Gasvoorziening in districten en op groote afstanden, prae-advies voor het Nederlandsch Instituut voor Efficiency, 1936, blz. 19.

Verdere concentratie.

T echnische factor.

r* _ i

Sluiten