Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTWIKKELINGSTENDENZEN

Sittard was de eerste gemeente, in 1921, waaraan de Staatsmijnen Staatsmijnen, gas leverden. Daarna volgden eenige andere gemeenten in ZuidLimburg. In 1930 hebben de Staatsmijnen eigen transportleidingen aangelegd, waardoor het gas over grooten afstand kon worden vervoerd. Zij leverden thans het gas engros aan een aantal belangrijke Limburgsche en Noord-Brabantsche gemeenten, Maastricht, Heerlen, Venlo, Roermond, Eindhoven, 's-Hertogenbosch en Helmond.

Voor de distributie in eenige kleine Limburgsche gemeenten is opgericht de Limburgsche Maatschappij voor gasdistributie (Limagas) N. V.

Voor de gaslevering aan gemeenten sluiten de Staatsmijnen met deze een overeenkomst voor 20 jaar. De gasprijs is vooraf vastgesteld volgens een pnjsschaal, zoodanig, dat toeneming van het gasverbruik een vermindering van den prijs per m3 beteekent.

Voorts is deze prijsschaal aan een kolenclausule gebonden. De Staatsmijnen hebben zich het recht voorbehouden rechtstreeks aan grootverbruikers te leveren.

Van de Limagas heeft de Provincie Limburg 10 % der aandeelen, de Staatsmijnen zelf 40 %, terwijl de overige door gemeenten kunnen worden genomen.

Als een bezwaar van de verhouding tusschen Staatsmijnen (en eventueel de Limagas) en de gemeenten is gevoeld, dat de Staatsmijnen een overheerschende positie innemen en feitelijk hun voorwaarden kunnen dicteeren. Geenszins mag worden beweerd, dat de mijnen van die positie misbruik hebben gemaakt. Zij hadden trouwens bij de gemeenten, welke tevoren zelf gas produceerden,

tegen deze productiewijze te concurreeren. Maar op den duur,

wanneer de Staatsmijnen eenmaal vasten voet als gasleveranciers hebben gekregen, is het ongetwijfeld wenschelijk, dat hetzij door organisatie van de gemeenten, welke van de mijnen gas betrekken,

hetzij door toezicht van hooger bestuur, een tegenwicht wordt geschapen tegen een overheerschende positie der Staatsmijnen 1).

Met het stop zetten van de eigen gasproductie raakt de gemeente ook haar cokesproductie kwijt. Dit kan een bezwaar zijn, indien

*) Zie hieromtrent de artikelen van H. J. J. Haanen in F. O. 1928 over Nationale gasvoorziening en in F. O. 1933, blz. 70.

Simons - Gem.-bedr.

27

Sluiten