Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Clare Lennart vertelt in haar nieuwe boek van het eeuwig verlangen, dat leeft — of tenminste wel bij momenten geleefd heeft — in zoovele menschen .... het romantisch verlangen naar een beter, rijker, voller leven .... een au de'a.

De meeste menschen vergeten dit verlangen wel, als ze ouder worden. Ze vinden een compromis, dat de realiteit aanvaardbaar voor hen maakt. Instinctief voelen ze het gevaar van een reiken over de realiteit heen en stellen zich veilig. De hoofdpersoon uit Clare Lennarts boek kan dit compromis niet vinden. Haar verlangen naar het andere is te diep geworteld en haar zucht tot zelfbehoud te gering. Ze blijft hunkeren naar den blauwen horizon. Het reëele leven trekt ijl en schimmig aan haar voorbij. Telkens als het haar naderen wil, wijst ze het af. Het is voor haar gevoel „niet waar". Ze blijft er overheen zien naar die verte, waar de vervulling zal zijn, het „ware" leven en in haar droomen bouwt ze, over de realiteit heen, een glanzende brug, die reikt tot dien verren horizon, waar de bosschen blauw zijn en waarheen haar verlangen trekt. Het verhaal speelt in den tijd, toen onze grootouders jong waren, maar het bedoelt niet een historische roman te zijn. De sfeer van dit verleden is maar met enkele trekjes schetsmatig aangeduid. Het accent valt op het algemeen menschelijke, dat geldt voor alle tijden.

Zoo zien we dan dit vrouwenleven, droomerig en irreëel, maar zich de eigen vreemdheid nauwelijks bewust, langs ons heen gaan en meer en meer voelen we boven de sprookjesachtige lieflijkheid van den droom een dreiging hangen, als een onweerslucht boven een stil geworden wereld.

Hoe dan tenslotte droom en werkelijkheid botsen en wat daarbij van Stance Marens wordt, wordt in het vervolg van het boek verteld.

Sluiten