Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze wachtte gespannen het gunstig oogenblik af, waarop ze aan Oma's waakzaamheid zou kunnen ontsnappen. Oma hield er niet van, dat Stance zich afzonderde op de zolderkamer, omdat ze niet begrijpen kon, wat ze er deed of zocht. Ze was van oordeel, dat een jong meisje haar tijd met nuttige en gepaste en in ieder geval met controleerbare bezigheden te vullen had.

Het gunstig oogenblik kwam toch wel als je maar geduld had en vooral geen ongedurigheid liet blijken.

In een vluggen, geluidloozen ren over de dik-belooperde, breede trappen snelde Stance omhoog. Ze voelde zich als een groote vogel, dien iedere krachtige wiekslag een trap verder drijven deed. De eerste trap .... de tweede trap .... genomen in één wiekslag. Als je hooger kwam, werden de loopers minder dik en weelderig, maar de koperen roeden glommen overal gelijkelijk. Er was in hun glans iets grimmigs, iets van leedvermaak .... zoo kwam het Stance altijd voor. Op de laatste trap, de zoldertrap, lag geen looper meer. Stance' vlugge voeten roffelden erlangs in een uitbundigheid, vreemd aan het strenge en stille huis. Op den zolder roken de blankgeschuurde planken naar wasch en schoonmaak. De mangel stond er en enkele blauwgeverfde waschrekken en een lange, blauwe tafel, waarop het linnengoed gevouwen werd. Nergens was ook maar het minste of geringste spoor van rommel.

Stance doorkliefde haastig deze open vlakte van kille zindelijkheid als een vijandig gebied. Dan stond ze bij

Sluiten