Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de deur van de zolderkamer. Altijd aarzelde ze even voor ze den knop omdraaide. Steeds weer was ze bang, dat met het openen van de deur het wonderlijk geluksgevoel, dat haar in deze kamer altijd bevangen had, verloren gegaan zou blijken.

Zoo was er het oogenblik geweest, dat het haar geen geluk meer gaf haar pop in de armen te klemmen.

Er was het oogenblik geweest, dat het haar geen geluk meer gaf op een van de hooge krukken in het kantoor te klimmen en snel .... snel .... zoo snel mogelijk rond te wervelen.

Er was het oogenblik geweest, dat het geen geluk meer gaf een groot meisje te zijn en laat.... even laat als de echte groote menschen .... te mogen opblijven.

Veel dingen verloren hun glans en hun warmte, dacht Stance, als je ouder werd en je moest voorzichtig zijn met de enkele, die nog het wondergevende in zich behouden hadden.

Zoo stond ze dan aarzelend met den deurknop van de zolderkamer in haar hand. Angst kroop in haar op, benauwend tot in haar keel, en eindelijk verdroeg ze de spanning niet meer en wierp de deur open, op eenmaal wijd open om maar meteen te weten, goed of kwaad.

En ze stond in het blanke licht, dat rechtstreeks van den hemel hier binnen scheen te vallen en het geluk omvatte haar koesterend. Ze stond hijgend op den drempel, de handen geperst tegen het strakke lijfje van haar jurk. Haar oogen gingen in streelende her-

Sluiten