Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en meiden, die in het duister bosch op de banken te vrijen zaten .... dezelfden, die straks achter de hekken geluisterd hadden naar de muziek.

„Vrijen" zoo heette het bij deze menschen. Bij hen

bij Jetje en haar en hun vriendinnen .... heette het „liefde".

Maar als Jetje dan geanimeerd en geheimzinnig, het welig blond hoofdje overgebogen naar de kleiner en tengerder Stance, te spreken begon van deze dingen

en zei, dat ze wel wist en dat dan weerde Stance

het heet en broeierig gesprek. Ze wou er niet van hooren nu ... . hoewel op sommige andere tijden wel. „Kan me niet schelen," zei ze stug en Jetje schimpte: „Sufferd

Het kón Stance niet schelen. Ze wachtte popelend op het heerlijkste van deze avondlijke uitgangen naar de buitensociëteit. Ze wachtte op het oogenblik, dat ze buiten het duister gewelf van de hooge laan zouden treden en dat dan eensklaps de stad voor hen zou liggen .... een zacht overschenen, goudige, wonderlijke stad. De huizen glanzender of duisterder dan ooit en ganschelijk onbekend, de torens ranker en hooger tegen een lucht, die in deze zomernachten nooit heelemaal donker werd. Soms hing wel ergens als een ondoorgrondelijk, bleek gezicht een groote, ronde maan aan den hemel. Misschien doet hij het, dacht Stance, het veranderen, en in zichzelf noemde ze hem „den chineeschen toovenaar". Want er was aan deze stad in goudigen schemer, die op de zwarte rivier te drijven scheen, iets,

Sluiten