Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nee. Denk aan Oma .... denk aan zooveel oude menschen met dat harde, klauwende in zich. Er was als een duister voorvoelen in haar, dat niet veel stormen over haar heen hoefden gaan, niet veel en niet hevige, om haar lijdelijk van het leven los te doen laten als de gele bladeren van den boom. Het was, of ze hun moeheid kende en hun lijdelijkheid en hun tragen, geluidloozen val uit een diepte van voor ze geboren werd.

Maar er is de zon en de zomer en voorshands nog het leven. Ze rukt zich los uit den geheimzinnigen ban van verwantschap met levensontlust en lijdelijk sterven.

Dit is immers zij zelve niet? Het komt van waar?

Het verschrikt haar niet hevig, maar ze wil nu hiervan toch niet weten.

Het is Zondag. Ze gaan uit — voor de laatste maal misschien dezen zomer — naar hun tuin in De Hoven. Het rijtuig rijdt voor. De zware, boersche koetsier .... het zware, boersche, bruine paard. Alleen met deze twee wil Oma rijden. Ze is angstig voor paarden en droomt dikwijls, dat ze in een rijtuig zit, waarvoor het paard op hol slaat.

Het komt Stance ongemeen bespottelijk voor, dat een paard op hol zou slaan, als oma de — overigens lichte last.... ze is vel over been — zou zijn, die het te vervoeren had. Ze weet niet precies waarom altijd een onbedwingbare lachlust haar overvalt, als Oma aan het ontbijt zoo n hol droom vertelt. De ongerijmdheid van de combinatie „Oma" en „op hol" misschien. Een

Sluiten