Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trekken zijn de gezichten toch zoo geheel en al verschillend. Dat van Papa is zoo oud .... zoo oud .... zoo ongemeenzaam oud, al is Papa in jaren nog niet een oude

man. Maar zijn gezicht lijkt van ouderdom versteend

verstorven. Is er nog ergens leven, denkt Stance. Soms is het of een flits van leven als betrapt vlucht achter de

zware, gerimpelde oogleden soms als ze eensklaps

naar hem kijkt, zonder dat hij het vermoedt. Je meent het gezien te hebben als een verschietende ster en later weet je dan niet meer. Dan zijn er weer de doffe, overfloerste oogen, die van een ouden, gedésillusionneerden vogel konden zijn. Niet dom en gulzig als van de kippen, maar nog veel verder weg. Nooit is het in Stance opgekomen met dezen vader van haar te praten, nooit hem één wezenlijke gedachte te zeggen.

Nu, in de zon .... in het rijtuig .... is het, of ze weer even het wegflitsend leven betrapt.

— Jetje wordt knap —, denkt notaris Marens. — Ze

lijkt ja waarachtig, ze lijkt een beetje op Carolien

in haar goeden tijd. Carolien is zoo dik geworden nu. Ja, ze ziet er aardig uit, Jetje. Aardig gezichtje .... aardig figuurtje vooral. Maar Stance is verfijnder.

En dan springt de kleine vonk van interesse in de jonge vrouwelijkheid tegenover hem haastig terug achter de zware, gerimpelde oogleden en Stance' vorschende oogen weten niet meer of ze goed hebben gezien. De Marensen zijn heimelijk. Ook Stance is heimelijk.

Wat je het liefst zou willen weten, kun je onmogelijk

Sluiten