Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stance voelt dit alles zoo hevig, zoo pijnigend hevig, of ze voor het allereerst leefde en de volheid nu bijna niet aankon.

Wat is er gebeurd? denkt ze. Het is toch als alle jaren. Waarom lijkt het me zoo erg .... zoo dicht bij ... . al dit.... het leven en het sterven ? Waarom is het, of ik leef en sterf tegelijk ?

— Pas toch op, Stance ! Je bederft je japon, — zegt Jetje scherp.

Ze staat aan den rand van het kiezelpad, Jetje, daar waar de bongerd begint, waar het gras hoog groeit en nat glinstert. Voor geen vervoering ter wereld zal Jetje een japon bederven. Maar Stance laat haar rokken achteloos sleepen over het natte gras. Ze laat er haar schoenen vochtig door maken. Ze verlangt dat de aarde haar beroeren zal. Ze zou er dichtbij willen zijn. Ze zou zich voorover willen laten vallen en haar armen wijd uitspreiden, als om het heelal te omhelzen. Ze heeft een sterk verlangen iets te omhelzen, iets groots, machtigs, ruigs.

Door de vensters van de hooge koepels flikkeren lichtjes ... . hier en daar en ginds. Stance telt er verscheidene. Alle menschen zijn naar hun tuinen gegaan. Het is immers waarschijnlijk voor de laatste maal dezen zomer. Stemmengerucht dringt door van over muren en schuttingen. In hun tuin bloeien de laatste rozen en

Sluiten