Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de dames als de heeren stonden bij gelegenheid gewillig bok.

Ja ! Maar nu zat Gerard Berkhof tegenover notaris Marens in diens kantoor. Er was niets imponeerends aan dit kantoor. Het was eerder armelijk en het was er zoo donker. Gezichten .... voorwerpen .... schenen bleek uit een half doorzichtig groen fluïdum aan te komen zwemmen. Notaris Marens zat klein en dor in een met groen leer bekleeden armstoel. Zijn skeletachtige, gele handen lagen op de zijleuningen. Gerard Berkhof, op een rechtgerugden stoel tegenover hem, had oogenblikkelijk het paniekachtig gevoel gehad, dat hij ook hier weer tegenover het onneembare stond. Hij had zich moeten vermannen om stand te houden, zooals hij vroeger in ieder gesprek met zijn vader zich had moeten vermannen, om niet in kinderachtig huilen uit te barsten.

Hij zag tegenover dit dorre gezicht, met de, achter hun rimpelleden bijna schuil gaande oogen, onmiddellijk af van mooie en gevoelvolle woorden. Hij koos, onbewust-bewust al weer, de rol van den eerlijken, door zijn groot gevoel bijna onhandigen jongen. Hij speelde altijd een rol, zonder ooit heelemaal helder te weten, dat hij slechts speelde. Hij had .... juffrouw Marens eenige malen ontmoet, zei Gerard Berkhof. Hij had onmiddellijk buitengewone sympathie voor haar gevoeld. Hij — hier raakte hij werkelijk bijna in de war door de volkomen starheid van de doode oogen tegenover hem — hij hoopte .... meende .... hij wist natuurlijk,

Sluiten