Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich weer stelde tusschen haar en de oneindigheid, als ze weer de torens zwart zag staan tegen den hemel .... de stoere „peperbus" .... de ranke tweelingspits van de Bergkerk, die als een vorm geworden weifeling was .... dan voelde ze zich ineens weer treurig en zeer moe. Dan was ze ook wel blij met den stevigen steun, dien Gerard Berkhof maar al te bereid was haar te geven.

En op een avond was het toen gebeurd, op een strak kouden Januari-avond, waarop ze zeer laat huiswaarts keerden van een verren tocht.... maar het licht wijlde al lang en een kleine, hooge maan begon haar sluierig schijnsel over de besneeuwde landen te werpen. Ze waren gegaan met meneer de Bie en meneer Jansonius al in den morgen .... een blij, rumoerig troepje jongelui. Nu was zij .... Stance .... die den heelen dag tot de onvermoeibaren had gehoord, de laatste met Gerard Berkhof. Ze leunde wat zwaar op zijn arm, een beetje moedeloos .... een beetje treurig, omdat ook van dezen lichten dag het einde nu al weer gekomen was. Ze voelde den stevigen steun van zijn arm als iets wel prettigs. En het schuil gaan van haar kleine, witte hand in zijn groote, grijze gaf haar plotseling een gevoel van veilig en beschermd te zijn. Rhythmisch klonk het krassen van hun schaatsen op het harde ijs. Ze sloot even haar oogen. Zoo, al rijdende, zou ze slapen kunnen gaan, dacht ze. Zijn hand omvatte de hare nog iets beschermender, hij trok haar iets meer naar zich toe....

Sluiten