Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ronde, gladgeslepen kiezelsteenen in een diepen put geworpen, dan was ze opgeschokt en had fel en bits „Stil toch" gezegd.

En hij had weldra begrepen, dat niet zijn spreken, maar zijn zwijgen haar winnen kon.

Zoo hadden ze zwijgend gereden.... een groote man .... een kleine vrouw .... en anders niets

Den laatsten ijsmiddag — ze reden door blauwig blinkende waterplassen, waaronder het weeke ijs te deinen scheen — had hij haar ten huwelijk gevraagd. Hij wist zijn oogenblik te kiezen. Ze voelde zich angstig en beklemd, dat de gansche blijde verwachting op niets anders was uitgeloopen dan op terugkeeren naar wat altijd geweest was. Het was verlokkend den kleinen troost te aanvaarden van tenminste iets nieuws. Bijna had ze „ja" gezegd. Toen, in plotselingen schrik voor wat ze ging beginnen, vroeg ze een week bedenktijd.

Hij liet zich niet zien gedurende die week.

Het huis, klam en vochtig in deze dagen van waterkouden dooi, stond om haar als een kille, groene poel, waarin ze dieper en dieper dreigde weg te zinken. Oma, met de meedoogenlooze energie van hen in wie hart en zenuwen verdord zijn, begon van de voorjaarsschoonmaak te spreken. Stance voelde zich bij de enkele gedachte aan de lucht van zeep en kalk en vochtig hout bijkans misselijk worden. Een onontkoombare dwang scheen haar terug te werpen in dit „niet ware" leven als in de armen van een doodsvijand. Met vele kille

De Blauwe Horizon 4

Sluiten