Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

armen klemde het zich om haar heen als een polyp. Ze miste de ruimte .... het rhythme .... het kris-kras der schaatsen, waarop ze weg kon glijden naar de rust van onpersoonlijkheid. Ze miste het levende leven der anderen, dat zich haar toewendde, zoodra ze niet meer Stance Marens was. Haar eigen droomen, die haar vroeger met een goudigen schemer omsponnen hadden, trokken zich schuw van haar terug als vervreemde kinderen van een lang afwezige moeder. Ook zij zelf kende deze kinderen niet meer. Hoe wonderlijk keken ze haar aan ! Welke vreemde oogen hadden ze ! Waren ze niets dan oogen en geen lichaam? Moest ze bang zijn voor haar eigen kinderen?

Had ze werkelijk eens het plan gehad zich op weg te begeven naar dien verren, blauwen horizon? Zoo heelemaal alleen? En wat had ze eigenlijk gemeend er te zullen vinden?

Zelfs als je pijlsnel op gladde ijzers voort kon glijden, zelfs als de breede ijsbanen voor je openlagen, die zoo doelbewust het land indrongen, rechtstreeks naar den verren horizon, zelfs dan nog moest je altijd aan het einde van den dag terugkeeren. En tenslotte kwam je toch weer uit in dezen, groen, killen poel, waarin alle ware leven langzaam sterven moest en alleen dit benauwend schijnleven mogelijk bleef.

De liefde van Gerard Berkhof, deze onware liefde van mooie boekenwoorden, had haar eerst volkomen kernloos geschenen. Nu bleek ze, geheel onafhankelijk

Sluiten