Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK 4.

Stance ziet om naar den sleep van haar satijnen bruidsjapon, waarover het ongewis licht van een buiïgen herfstmorgen valt. De sleep is lang en glinstert koel. Ze moet aan wintersch maanlicht denken .... maan over sneeuw in een kouden winternacht.... en eensklaps .... kris-kras .... de schaatsen .... Dat is heel lang geleden. Het is heel lang geleden, dat ze in zich dezen overmoed .... deze blijheid van te leven voelde. Zoo lang is het geleden, dat het haar vreemd voorkomt, dat zij zelf het is geweest, die dat gevoeld heeft.

Er is gefrutsel van vrouwen om haar heen. Madame Duval, de modiste, die op den grond knielt en tante Adeline uit Arnhem, dikke tante Adeline, wier rustelooze bedrijvigheid haar zijden kleeren in een voortdurend zacht frou-frou bewegen doet. In de kamer naastaan kleeden zich Jetje en nicht Line uit Den Haag, de bruidsmeisjes. Ze hoort hun overhooge, nerveuze stemmen.

Het is niet noodig, dat zij praat. Het is gelukkig volstrekt niet noodig, dat zij praat. Men is te zeer in beslag genomen door de bruiloft, om er acht op te slaan, als de bruid wat zwijgzaam is.

Vandaag trouwt ze. Het is moeilijk te weten, wat droom en wat waarheid is. Je kunt werkelijk trouwen

Sluiten