Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets catastrophaals zal zijn, dan tot eiken prijs verhinderd moet worden.

Een windvlaag doet de ruiten rammelen. Een geel blad blijft kleven tegen het natte glas. Eensklaps, als een niet te bedwingen slecht humeur, rikketikken de hagelsteenen tegen de vensters.

— Mon dieu —, zegt de kleine madame Duval, — quel temps ! — en kijkt een beetje bedenkelijk naar de

stille bruid in haar blanken tooi.

* *

*

De paarden steigeren voor de bruidskoets. Door de nauwe straat gieren rukwinden. De bruid moet een gunstig oogenblik afwachten, om haastig de hardsteenen stoep af te dalen en in het rijtuig te glippen. De bruigom heeft zorg over zijn hoogen hoed. Oma is doodelijk angstig, dat de heele bruidsstoet op hol zal slaan.

Het volk, dat uit stegen en sloppen is toegestroomd, om de deftige trouwpartij te zien, staat kleumsch op een hoopje gedrongen. De vrouwen schuilen weg in haar zwart-wollen omslagdoeken en wie geen doek heeft, houdt de handen onder de schort. Alleen de kinderen schieten opgewonden, met schril geschreeuw, tusschen de rijtuigen door. De koetsiers slaan naar hen met hun bebloemde zweepen. Ook de paarden dragen bloemen, zelfs de dikke Bruin, die op Oma's aandringen mee van de partij heeft moeten zijn, hoewel hij in geen enkel opzicht decoratief mag heeten. Een vluchtig glimlachje

Sluiten