Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De burgemeesterlijke toespraak op het stadhuis — ach, de burgemeester is immers maar oom Altena .... hoe kun je nu beseffen, dat het meenens is en ón-hérróe-pé-lijk, als de goedmoedige oom Altena een goedmoedig toespraakje tegen je houdt? — de preek van den dominee ... de zware orgelklankgolven . . . tranen en omhelzingen van vrienden en familieleden in de consistoriekamer .... het gaat alles over haar heen als een holle, ongevaarlijke donder. Ze doet automatisch datgene, wat men verwacht, dat ze doen zal. En tusschen haar en de buitenwereld is de kanten bruidssluier. Alleen achter deze blanke sluierwanden, kan ze niet aflaten van het droomgelijke, obstinate zoeken naar zichzelf.

* *

*

Ze zit aan bij het dejeuner. De donder rommelt na in de speeches van ooms en neven. Slechts even ontwaakt ze, als de droge stem van Papa gevoelvolle woorden begint te spreken. — Onze lieve dochter, die we noode zullen missen .... het.... eh ... . zonnestraaltje in ons huis .... —

Zonnestraaltje? denkt Stance. Dan deden ze de jalouzieën neer. Waarom doet Papa zoo? Nu ja, het hoort er bij. Hij is de vader van de bruid. Hoe mal !

Notaris Marens' stem pikt de ongewende woorden argwanend op, als waren het min of meer suspecte voorwerpen, hem toegevallen van een vreemde planeet.

Sluiten