Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bruidegom, knap, forsch, correct en naar behooren ontroerd, heeft tamelijk veel gedronken. Niet té veel. Beware ! Maar tamelijk veel. Genoeg om het gevoel van gêne, dat dit huis met zijn steelschen glimlach achter iemands rug hem altijd geeft, te overwinnen. Genoeg om welsprekend en lyrisch en ontroerd te durven zijn, zelfs in tegenwoordigheid van zijn schoonvader.

Stil zit Stance in het glanzend wit van haar satijnen bruidsjapon en heft haar glas, wanneer na een speech de gasten komen, om met haar te klinken. Telkens als de glazen aanstooten, is er de zingende toon van het kristal. Een reine toon, die van ver schijnt te komen en naar ver schijnt te gaan. Telkens als deze toon opklinkt, wekt hij in Stance een vreemd en vaag herkennen. Ze kan het niet thuis brengen. Waar en wanneer is dit meer geweest? Neen, niet de klank, maar de klaarte. Eens heb ik het geweten, denkt ze. Eens heb ik heel helder en ver kunnen zien. Er was niets tusschen mij en de oneindigheid. Maar ik ben het vergeten .... ik weet niet meer .... ik ben er niet meer. Is het nog noodig, dat ik mezelf ga vinden? Ik ben nu getrouwd. Ik zou blij moeten zijn of treurig of bang. Hoe komt het toch, dat ik zoo moeilijk wakker kan worden tot dit leven? Heeft God me een slaapdrank ingegeven? Wat een rare gedachte ! Er zijn toch wel oogenblikken geweest, dat ik heelemaal wakker was .... dat ik voelde .... vreugde of pijn of angst. Eens zag ik een oranje lijsterbes tegen het diep blauw van de lucht. Dat was toen vreugde.

Sluiten