Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wendt zich dan af, om de jurk op het breede bed uit te spreiden.

Stance staat voor het raam. Boven haar zijden onderrok draagt ze het mooie, vierkant uitgesneden onderlijfje met de pofmouwtjes en de fijne, breede kanten. Dezelfde kanten heeft ze aan haar hemd en aan haar broek en aan de mooie nachtpon. Bij de nachtpon zijn er zelfs rose linten doorgeregen. Als je getrouwd bent, heb je dat allemaal zoo mooi, omdat een man het ziet. Hij ziet je heelemaal. Is dat akelig? Of prettig? Nu ja, het is immers niet echt. Eens heb je dit gedroomd. Toen was er ook een man .... die je zoo zag heelemaal. Dat was veel echter. Dagenlang heeft het je warm doorgloeid als een schuldig, maar kostbaar geheim. Nu is het niets .... niet akelig en niet prettig. Je bent er immers zelf niet bij.

Ze is Jetje en nicht Line bijna vergeten. Ze heeft haar neus tegen de vitrages gedrukt en daar doorheen ziet ze nu, even versluierd, het herfstlandschap, waar juist een waterig zonneschijnsel als een betraande glimlach overheen glijdt. Deze kamer is aan den achterkant van het huis evenals de zolderkamer, maar ze ligt zoo veel lager dat je hier de wereld niet wijd kunt zien. Je kijkt niet over de hooge boomen van De Worp heen, maar nauwelijks over de muren en schuttingen van de zomer tuinen in De Hoven. Er is geen horizon.

Je ziet de kade met de verslagen gele bladeren en steeds nog vallen er meer en ze vallen alleen om te sterven.

Sluiten