Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Je ziet de schepen, die aan de kade gemeerd liggen onmachtig rukken aan hun kettingen.

En eensklaps heb je het dan hardop gezegd.

— De kettingen breken toch niet. —

— Wat? — vraagt nicht Line met het schichtige, dat in al haar doen ligt, of ze altijd bang is op iets verbodens betrapt te worden. — Wat bedoel je, Stance ? —

Stance wendt zich om naar de kamer. Ze glimlacht het vage, leege lachje, waarmee ze al deze maanden de buitenwereld op een afstand gehouden heeft.

— Ach niets —, zegt ze, — dat de kettingen van de schepen toch nooit breken. —

— Nee —, antwoordt nicht Line, — gelukkig niet. Trek je jurk nu aan, Stance. Het wordt tijd. —

En dan heeft Jetje, die al een paar maal introduceerend gesnuft heeft, haar armen om Stance' hals geslagen en snikt hartbrekend.

Waarom huilt zij, denkt Stance. Nu ja, het hoort er ook bij. Ze kan deze aandoenlijkheid met den besten wil ter wereld niet terug geven.

— Kom —, zegt ze, — het is immers niet treurig. —

— Het wordt nooit meer als vroeger. — snikt Jetje, maar haar tranenvloed is even snel voorbij als overvloedig. Ze glimlacht al weer. Nee, het is niet treurig. Ze bet haar blank, gevuld gezichtje met een natte spons. Tenslotte is zoo'n huwelijksdag emotionneerend vindt Jetje. En de jonge Hovingh van Hovingh en Koldewijn

Sluiten