Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK 5.

Een gevoel van kilte doet Stance ontwaken. Tegelijk weet ze, dat ze zich al een heelen tijd zoo onbehaaglijk koud heeft gevoeld. Ze zou het willen ontwijken, dit wakker worden, maar het is onverbiddelijk. Traag, alsof ze bezwaard waren met lasten van tegenzin, gaan haar oogleden omhoog. Met verwondering vindt ze een vreemde kamer om zich heen, waarin een vreemde lucht hangt. Een lucht in ieder geval, die ze nu al verscheiden morgens bij het wakker worden niet geroken heeft. Een lucht als een nare droom .... meubelwas en zeepsop, schoon en tegelijk een beetje muf. O ja, nu weet ze het al weer .... de lucht van een kamer, die pas een goede beurt heeft gehad.

Nu ze dezen geur geplaatst heeft in haar herinnering, weet ze ook meteen, waar ze is. Dit is de slaapkamer van hun nieuwe huis.

Omzichtig maakt ze in het echtelijk bed een halven draai om. Ze ligt nu met haar gezicht naar het raam, met haar rug naar den slapenden man. Ze merkt, dat hij de dekens naar zich toe heeft getrokken. Daarom is ze zoo koud geworden. Met kleine, behoedzame rukjes tracht ze een gedeelte van het dek terug te krijgen. Ze schuift niet dichter naar den slapenden manberg toe,

Sluiten