Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voel, niet voor liefde of teederheid .... dat alle aangeleerde beschaving geheel en al verdrong. De groote Mr. Berkhof. ... de gewichtige .... de „coming man" . . in den nacht zoo klein. En zij, die hiervan wist.

Medelijden .... minachting .... afschuw, ze hangen in haar oogen als zware flarden van mist op een windloozen dag.

Ze wendt zich af van den slapenden man en nestelt zich in haar eigen klein plekje warmte.

— Hoe laat zou het zijn? Nog niet laat. Het is nog zoo donker. Ze zal hier het klokkenspel wel kunnen hooren, zooals ze het vroeger hoorde, thuis. Gisterenavond was ze te moe om erop te letten. Door het openkierend gordijn ziet ze de matte dofheid van bevroren ramen. — Ach ! Bloemen op de ramen. Zeker heeft het hard gevroren. Het voelt, of het heel erg koud is. Ieder stukje lichaam, dat ze buiten het dekennest waagt, verkilt onmiddellijk in de ijzige lucht. Bloemen op de ramen! En ineens een kleine, koesterende gedachte, die haar behaaglijk als een poes bij het vuur ineen doet rollen. — Straks zal ze Gerard eerst op laten staan .... ze zal zeggen, dat ze moe is ... . dat ze hoofdpijn heeft desnoods, al zou Oma het schandelijk noemen .... en dan, als hij weg is van de slaapkamer, zal ze Antje een ketel warm water laten brengen. En ze zal zich niet met het ijskoude, misschien wel bevroren water uit de lampetkan wasschen, maar lekker met het warme. Dat kan, nu ze getrouwd is. — Deze gedachte is als een zachte

Sluiten