Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verraadt hun aanwezigheid. Ze komen als heel stille en heel vreemde kinderen voorzichtig op hun teenen aangetript. Ze komen als de schuwe reeën in het bosch, als de elfen in een zomernacht. Ze komen .... ze zijn er ... . maar het minste gerucht zou ze schichtig uiteen doen stuiven en ze zouden weg zijn, als waren ze nooit geweest.

Zeker heeft Gerard Berkhof zich geen teeder minnaar betoond. Hoewel een man van betrekkelijk vele avonturen .... een veroveraar — hij was dit als het ware aan zijn standing van vlot student.... van wereldling .... verplicht — houdt hij eigenlijk niet van vrouwen. Het liefdesspel interesseert hem maar matig. Hij kent niet de verrukking van een teeder en weerloos vrouwelichaam in zijn armen. Hij kent niet de zaligheid dit zachte, lieflijke eindeloos te streelen met steeds weer nieuwe en vervoerender streelingen. Hij weet niets van het geluk in dat andere lichaam de vlam te doen opgloeien tot het zich vergeet in verlangen.

Hij weet alleen de begeerte en de snelle bevrediging van deze begeerte, die kwellend en duldeloos is zoolang ze duurt.

Er is een moment geweest, een moment in haar huwelijksnacht, waarop Stance met verbijsterende ontzetting het onheil — Hét Groote Onheil — meer dan levensgroot voor zich heeft zien staan. Iets vormloos, iets zwarts, iets ledigs, dat pure verschrikking was.

Sluiten