Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een ondeelbaar kort moment van staren in den afgrond en ze is al in een reflex achteruit gesprongen. Niet dit... . niet zien .... niet weten .... ijlings de vlucht van deze werkelijkheid, die onaanvaardbaar is. Deze wilde, ruwe, afgrijselijke man.... niets heeft hij te maken met haar. Stil zijn .... dood zijn .... weg zijn .... Ergens gebeuren deze dingen.... in een vreemde kamer .... in een vreemd hotel. Ze weet, dat ze slapen moet.... slapen .... droomen, want dat in wakker worden het groot gevaar verborgen ligt. Ze weet het. Dit weten ligt in haar verzonken. Ze haalt het nimmer op. Het ligt daar en vanuit de diepte beheerscht het haar leven.

Niet anders dan een zeer ruw schema van wat de liefde der zinnen kan zijn heeft Gerard Berkhof haar gegeven. Toch is het niet deze liefde, waar ze voor terugdeinst. Het is zijn liefde .... Gerard Berkhofs liefde, die ze ontvlucht in de donkere veiligheid van den droom. Maar het schema neemt ze mee. Het is ruw, misleidend, onaf. Toch weet ze ermee te werken. Ze weet van liefde . . instinctief. . . . zooals ze weet van sterven. Ze begrijpt den val der gele bladeren en even vanzelfsprekend begrijpt ze, dat liefde .... overgave .... het huis van haar verlangen is. Ze heeft het beseft op hetzelfde, als door een microscoop in al zijn afgrijselijkheid geziene moment, waarop ze wist, dat ze Gerard Berkhofs overweldiging niet dulden kon .... niet deze overleven én wakker zijn. Maar haar heimelijke droomen hebben zich

Sluiten