Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfde stamelende woorden .... — wij .... ons .... — En het is als een zoo diep herkennen .... als een zoo ganschelijk ineenvloeien, dat niet anders blijft dan deze eenheid : . . . . wij .... ons ....

Roerloos stil liggen. De tanden even in je onderlip bijten, omdat je het anders misschien uit zou snikken. En dan zachtjes.... zachtjes meedeinen op blauwe wolken van geluk .... droomblauw als de blauwe horizon. Er is een oogenblik, waarop je niet meer weet, of het nog dag is, of al nacht. Zoo is er het moment, waarop je niet meer zeggen kunt, of vreugde nog vreugde is, of alreeds smart. Dan beleef je het geluk. Zoo'n enkel broos, trillend, duisterlicht, licht-duister moment. Een moment als een fluweelig-glanzende vlinder.

Roerloos stil liggen en dat kostelijk moment in volkomen overgave genieten.

En dan : de carillontonen .... knikkers van ijs, die ketsen tegen het vensterglas .... uiteengevroren melodie. Onbegrijpelijk snel zijn de schuwe droomen weggevlucht. Het is of ze nooit geweest zijn.

Maar de werkelijke wereld is zeer koud. Onbewoonbaar koud. Het is nu half acht. De meid klopt op de kamerdeur. Naast haar ontwaakt Gerard. Hij produceert een miniatuuraardbeving in het bed. Stevig houdt ze haar dekens vast.

Uit deze ochtendlijke aardbeving verrijst een sereene Mr. Berkhof, volkomen ontstegen aan nachtduistere oergevoelens.

Sluiten