Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de tweede lengtezij scheidde een hooge, donker geteerde, met grimmig glanzende klimop begroeide schutting den tuin van dien der buren. En achter kwam hij uit op het zwarte water van de singelgracht, die hier niet breed was. Tot aan dit water kon je evenwel vanuit het huis niet zien. Een rododendronbosch stuitte als een stugge schildwacht je uitzwervenden blik.

Soms was ze dezen schildwacht wel voorbijgeloopen. Ze had op het steigertje gestaan en uitgekeken over het water, dat broedend scheen te staren in zijn eigen diepte naar een donker geheim, dat daar lag .... verzonken. Alsof het altijd hieraan denken moest.... dit zwarte water .... en nimmer ervan spreken zou. Ook zij had dan wel het gevoel gekregen zich niet meer af te kunnen wenden .... te móeten staren in die diepte.... te móeten doordringen tot op dien bodem.... te móeten doorgronden dit duister geheim in de peillooze diepten van verleden of toekomst verzonken .... en waarvan het water wist. Als een huivering het effen wateroppervlak dan rimpelde, voelde ze diezelfde huivering doodelijk kil omlaagstrijken langs haar rug.

Er werden soms wel platte schuiten voortgeboomd over de gracht. Als er een voorbij kwam met het blauwgeblousde mannefiguurtje erop, dat nu en dan een straal donker tabaksap wegspuugde en dan weer traag verder kauwde en in hetzelfde trage rhythme verderboomde, dan werd het allemaal opeens weer veel gewoner. Het aangezicht van deze omwereld, dat haar een oogenblik

Sluiten