Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een verte was hier niet. Een hooge weg, een schutting met klimop begroeid, een rododendronbosch, die als een stugge schildwacht voor je stond .... Ze wende er wel aan.

Je kon immers je oogen sluiten. Als je je oogen sloot, kon je andere verten zien. Er was een parelgrijs Parijs. Dikwijls was het in deze kil-donkere winterdagen, of de zachte glans van het parelgrijs Parijs om haar was.

Zelfs als er geen sneeuwvlokken vielen, leek vaak alle stabiliteit te vergaan. Een los zweven, dat even goed stijgen als dalen kon zijn .... een ijl voelen .... Ze wist niet, of het haar blij of treurig stemde. Het was beide tegelijk. Tot ze zwevend vergleed in den droom en zichzelf verloor om de andere vrouw te zijn. De andere vrouw was gelukkig. De andere vrouw was veilig in de armen van den man, die haar liefhad.

lederen keer, als ze terugviel uit een droom, scheen de werkelijkheid tersluiks een stap achteruit te zijn getreden. Je merkte het eerst nauwelijks op. Toch was het zoo. Hoe ver was alles weg ! Hoe had het je alleen gelaten ! Kon je nog je hand uitstrekken en het bereiken?

Als Gerard 's morgens naar kantoor was gegaan, strooide ze broodkruimels op het terras voor de tuinkamer. Dan kwamen de vogels. Hier aan den rand van de stad kwamen veel vogels : roodborstjes en lijsters en meezen en soms een winterkoning en heel veel musschen natuurlijk. Ook wel eens een kraai of een ekster en soms

Sluiten