Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duiven. Deze levende vogels, die wipten in haar tuin, die in de sneeuw de sporen van hun pootjes achterlieten, die wel op de vensterbank sprongen en met ronde, felle oogjes naar binnen gluurden, waren een kleine, koesterende, warmende nabijheid .... iets waar ze haar verkleumde handen naar uitstrekte als naar een vuur. Een vlammetje van goedheid in het koude leven . . . . als de „confitures" op haar huwelijksreis geweest waren. Als het warme water, dat ze zich op koude morgens door Antje brengen liet.

Zoo is het geweest. Het is een van de weinige werkelijke gebeurtenissen, die scherp omlijnd .... gesilhouetteerd als het ware .... zwart-wit.... in Stance' herinnering staan.

Het was voor het eerst na haar huwelijk, dat ze „ontving".

Namiddag. Een wijde dameskring had zich in haar salon verzameld. Drie generaties waren vertegenwoordigd.

Kennissen van Oma, die in een mengeling van verteedering over dit jong huwelijksgeluk en nieuwsgierigheid naar de inrichting van het huis, waren komen opdagen. De dames Fijn van Draat, de oude mevrouw Boudewijns, wier kleinzoon, de dichter, indertijd dien mallen hoed gedragen had, juffrouw Daatje Drost, die zoo vreeselijk veel van poesen hield, dat ze zelf op een poes was gaan lijken.

Sluiten