Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gesprekflarden drongen tot haar door in haar stille hoekje : de slager .... de meiden .... het jonge mevrouwtje van 't Hof. ... de naaister.... de kinderen .... nee, niet dat. Maar het geheimzinnige was hun bijeenhoor en .... hun onverbrekelijk bijeenhoor en, ondanks alle geruzie en gestook. Steeds zou ze dezen kring der vrouwen in het schemerlicht blijven zien .... de hoofden te saam genegen .... de drie generaties .... en allen gelijk.... deinend af en aan op de eendere golven van dit zinneloos gepraat.

En ze had gedacht: Nu dit is het oogenblik.

Nu ben ik getrouwd. Ik ben mevrouw Berkhof. Nu is het oogenblik, om me solidair te verklaren met hen allen. Nu moet ik mijn plaats innemen in den kring en praten .... over dat Antje brutaal is geweest.... of over den prijs van het vleesch .... hoeveel kost ook weer het vleesch. Ik kan het nooit onthouden. Ik ben een slechte huisvrouw ....

Deze even in haar opflitsende gedachte .... dit „Nu is het oogenblik" had ze op hetzelfde moment glimlachend verworpen. Het was meer zooiets als een veronderstelling in het ongerijmde geweest, dat zij ... . Stance .... toe zou kunnen treden tot dezen kring der drie generaties. Ze had het wel geweten. Ze was het zich alleen nooit zoo scherp bewust geweest als dezen middag.

Later was toen Treesje Dubbeldam bij haar komen zitten en ze hadden gesproken — Stance had wel ter-

Sluiten