Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En als we er dan zijn?"

„Nou dan zijn we daar immers. Maar we moeten eerst wel honderd dagen loopen."

„Maar wat doen we dan, als we er zijn?"

„We zijn daar. En Ma kan nooit bij ons komen, want het zijn betooverde bosschen. Dan zijn we daar altijd."

Maar het was Minette — of Treesje — te weinig dramatisch voorgekomen, dit enkel maar „er zijn".

„Dan komt Ma toch," had ze voorgesteld.

„Ma kan daar niet komen."

„Nou dan .... dan pakt ze ze bij de haren, als ze uit de beek willen drinken. De beek is de grens van het betooverde bosch, zie je. Als ze over de helft komen, kan Ma ze pakken. Dan krijgen ze erge klappen en dan moeten ze den heelen nacht in den kelder blijven."

Maar zij, Stance, had heftig oppositie gevoerd tegen deze uiteindelijke overwinning van Ma. Ma kón daar niet komen. Als Minette en Pompadour eenmaal in de blauwe bosschen waren, dan waren ze daar altijd. Het was haar onverdraaglijk geweest, dat Ma toch zegevieren zou. Ze hadden er bijna ruzie om gekregen. Treesje vond het vanzelfsprekend, dat Ma altijd zegevieren zou. Zij niet. Ze had het niet gewild. Als je eenmaal in de blauwe bosschen was, dan had je afgedaan met Ma.

Nu glimlachten ze bij de herinnering.

Grotesk belichtte het vuurschijnsel de pratende dameskring. Lange zwarte schaduwen staken grijparmen

Sluiten