Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wellicht de eerste spontane woorden door Stance sinds haar huwelijk gesproken.

Ze trachtte ook oogenblikkelijk haar openhartigheid

te verdoezelen.

„Och .... ik ... . het is zoo vreemd, hè ? Ik kan het

me nog niet indenken."

„Natuurlijk, natuurlijk, kindlief, maar je zult het zeker heerlijk gaan vinden. Zoo'n kleintje .... het is zooiets liefs. Wil je gelooven, dat ik er nog weer een zou willen hebben, zoo oud als ik ben, en ik heb er toch zes gehad. Dat is toch het mooiste in het leven van een vrouw. Zie je, dat is toch je bestemming."

Ze zei het met een zekere trillende plechtigheid en anders sprak ze toch alleen maar van meiden en van hoe duur of alles was. „Bestemming" was een vreemd woord in haar mond. Dominee's zeiden zulke dingen Gewone menschen niet, maar als je een kind moest, krijgen

— Menschen zijn heel vreemd —, denkt Stance. — Dit is mevrouw de Bie. Ik ken haar goed. Maar ze is erg vreemd. En zoo dik. En nu ineens, nu ze van kleine kinderen spreekt zoo trillerig, net als gelatinepudding. Bah! —

„Ja mevrouw," zegt ze, „ja natuurlijk."

Ze draagt een schortje over haar donkergrijze morgenjapon, een schortje met kruisbanden op den rug. Eigenlijk ziet ze eruit als een overernstig schoolmeisje. Ze is bezig de ontbijtboel om te wasschen.

i

Sluiten