Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan het water. Dat is nu eenmaal zoo. Ze wordt getrokken naar dit water. Daar staat ze dan en staart in de diepte. Zoo staat een kind wel achter een gesloten tuinhek en staart in het mysterie van de onafzienbaar wijde wereld.

Ze heeft het wrakke, houten hekje opengeduwd en is op het steigertje gestapt. Gerard heeft gezegd : — Er moet een nieuw hek komen. Dit is niet vertrouwd. Als het kind straks loopen kan, zou het in het water kunnen vallen. —

Natuurlijk, het kind zou in het water kunnen vallen, als het straks loopen kan.

En op hetzelfde moment, dat ze machinaal in zich zelf deze woorden herzegt, grijpt haar hun vreeselijke zin.

Als — het — kind — straks — loopen — kan —

Maar hoe dan .... wat dan .... welk kind dan ? Zal het er dan werkelijk zijn .... het kind? Ze heeft het zich niet voorgesteld. Ze heeft het nooit gezien. Ze heeft alleen geweten, dat ze het in zich droeg, en dat het leefde. Zal het dan heelemaal waar worden dit kind? Zoo waar, dat het over de wereld loopt. Is het dan nü al zoo waar, dat Gerard er een nieuw hek voor wil laten maken. Hij heeft gezegd: Ik zal Jonker eens laten komen. — Als je al een timmerman laat komen om een hek te maken .... god .... wat komt het dan vreeselijk dicht bij.

Er zijn van die sprookjes, waarin alles gruwelijk en

Sluiten