Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stance heeft maar weinig bescheid geweten en zoodra ze durfde, is ze heengegaan.

Zoo nu en dan, als ze Oma uit wist, is ze hier gekomen en heeft in een van de stille, sombere kamers gezeten met papa. Ze hebben maar enkele schaarsche woorden gesproken en toch heeft Stance zich in deze uren haar vader wonderlijk na gevoeld, nader dan eenig ander mensch ter wereld, nader dan eenig ander tastbaar mensch tenminste.

— Wij —, heeft ze gedacht en er is geen ander dan de man uit het droom-Parijs met wien ze zich zoo verbonden voelt tot een „wij."

— Wij kunnen het niet —, is het door haar heen gegaan, wanneer ze de gerimpelde leden zich moeizaam zag heffen boven de verstorven oogen, die haar soms plotseling aanzagen met het deelnaamloos en objectief begrijpen van wie ver voorbij dit leven is.

— Wij kunnen het niet. Met onze voeten blijven we voor het leven staan en met onze handen reiken we er overheen. Wij verlangen naar den horizon, naar het verste. Daarom kunnen we geen vaders en geen moeders zijn. Ons leven begint pas bij de uiterste grens, daar waar het maar net nog leven is .... en niet voortgezet kan worden. We kunnen geen vaders en geen moeders zijn.

Toch krijgen we kinderen. —

Ik denk gekke dingen. Ik geloof, dat Papa alles weet. Maar hij is dood. Wat heb je aan het weten van een doode ? —

Sluiten