Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik moet gaan. Het is al laat," heeft ze dan wel plotseling gezegd verschrokken ontwakend uit een diepe afgetrokkenheid. „Dag Papa."

„Dag kind. Sla iets om. De avond is kil. Er hangt weer damp boven de weiden."

Geen andere woorden. Voor het raam is ze dan even blijven kijken naar de spookwitte nevelen, die als booze geesten over de weiden hingen en over de rivier.

En in het omwenden heeft ze, zonderling eigenmachtig, als losgemaakt van al het bekende, dat verder in de kamer was, deze eene handeling zich zien voltrekken : Papa's skeletmagere, gele hand, die het glas met den roodfonkelenden wijn omvatte .... een gewoontegebaar, waarbij hij zelfs niet opkeek van de krant, waarin hij las.

Zoo is dat altijd geweest, zoolang ze zich herinneren kan .... de avonden door .... Papa's hand, die reikte naar het wijnglas.

Zoo is het avond aan avond geweest. Waarom moet ze dit dan nu op eenmaal zién? Deze handeling is als een vreemd letterteeken geweest, waarvan je den vorm kende, maar dat je niet begreep en waar je verder geen acht op sloeg. Nu is het, of ze eensklaps dit vreemde letterteeken lezen kan. Nu is het zoo duidelijk. Nu springt het groot en hel uit alle ander schrift naar voren.

Papa's dorre, gele hand om het wijnglas. Ja ... . wanneer spookwitte nevelen als booze geesten opstijgen uit de aarde ... uit het water ... uit vreemde diepten in

Sluiten