Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen den muur gereide paneeltjes. Ze pakt het achterste. Ze hoeft nauwelijks te kijken. Het is „hij", de man uit het parelgrijs Parijs .... de man van de andere vrouw.

Met het gebaar van een dievegge bergt ze het kleine doekje onder den pelerinemantel, dien ze de laatste maanden altijd draagt. Dan, zonder een blik achterom, verlaat ze de kamer. Zwaar .... zwaar bonzend hart. De trappen af. Te snel voor het vreemde lichaam, dat met den dag zwaarder en moeilijker mee te sleepen wordt. Ze drukt een hand tegen haar pijnlijke zij. Toch, snel zonder rusten de trappen af, het paneeltje verborgen onder haar mantel.

Niemand ziet haar. In het leege huis suist de stilte.

Ze is op straat. Gele zomermaan. Chineesche toovenaar, die alles veranderen kan. En die alles weet. Ook dit, dat niemand weten mag.

Diepzwarte schaduwen reiken naar haar met lange armen. Ze gaat dicht langs de huizen. Het is maar vijf minuten gaans tot haar eigen huis. Toch is ze bang.

Ook in haar eigen huis is het geheimzinnig suizen der stilte.

Gerard is nog niet terug van zijn vergadering. Antje heeft haar uitgaansavond en Jans, het schuwe, nieuwe kind, schiet terug naar haar onderaardsche keuken als een konijn naar zijn hol.

Stance rept zich .... ademloos. Ook hier weer alle trappen op tot naar den zolder. Op de portalen liggen

Sluiten