Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een diepe duizeling was dit moment, dat ze niets meer herkende.... dus niets meer was .... geen „ik" meer .... een vallend „het" in een ledig wereldruim.

Deze hagelbui van een gebroken wereld om haar heen maakte haar onbeschrijflijk angstig en tegelijk gaf het een pijn, die zeer na aan wellust was, zich de vernietiging .... den dood .... zoo nabij te weten.

Het terugvloeien van de gebrokenheid tot een zachter en toegankelijker eenheid — men zou kunnen zeggen : het vervloeien van vele afzonderlijke, bevroren wereldbollen tot één wereld, waarop weer leven gedijen kon — geschiedde altijd, doordat haar blik, instinctief, zooals een verdrinkende grijpt naar iets om zich aan vast te houden, zich richtte op de een of andere verte .... op een langs den hemel voortglijdende wolk, op een ster, op een wiegenden boomtop, op een droom in de diepte van haar ziel.

Dan was er opeens de weldoende zachtheid van het hiermee verbonden zijn ... . van het herkennen van het opgenomen worden.

Dan hernam ook de nabije wereld, hoewel altijd vreemder dan de verre, iets van geruststellende gewoonheid.

Toen de dikke baker met den breeden glimlach, die als vet van haar bol gezicht scheen te druipen, haar op gespreide armen het kind had voorgehouden — Kijk mevrouw ! Een pracht van een jongen ! — had Stance

Sluiten