Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met zeer veel moeite haar als lood zoo zware oogleden opgeslagen. Door dikke nevelen had ze de glimmering gezien van het groote bakergezicht en lager, als een compacter nevelvlek in den nevel, het kind. Dat, wat het kind moest zijn : wit van kleeren en iets als een hoofd, klein, rood, oneindig vaag. Het was ook stem.... geluid. Niet groot, niet omvangrijk, maar van een hevigheid, die als pijn in haar zenuwen boorde. Een kleine, borende, onverzettelijke wil. Onmiddellijk had ze haar oogen weer gesloten.

— Nu zal ik ze nooit weer open doen —, had ze gedacht en langs de helling van deze vredige gedachte was ze zoetjes weggegleden in het onbewuste.

Waarom ze toen toch haar oogen weer had opengedaan?

Een enkele maal probeerde ze zich hierop te bezinnen. Als een verrassing was ze ontwaakt tot een kleine blijheid, iets lichts en blanks. Nu eindelijk na zooveel maanden weer alleen te zijn .... in waarheid „verlost." Had ze daarom de wereld nog eenmaal terug willen zien ? De wereld, die toch vele kleine lieflijkheden bergde?

Had ze verlangd nog eens alleen langs de kade te wandelen en door het ijl geworden, gele loof der lindeboomen de blauwe lucht te zien? Had ze verlangd nog eens alleen en zoo verrukkend licht de trappen op te rennen? Zonder den zwaren last van dat vreemde lichaam te moeten meesleepen ? En de wereld wijd te zien ?

De Blauwe Horizon 8

Sluiten