Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

distinctie van haar frêle meisjesachtigheid.

Als een van ver gekomen sprookjesprinses zit ze aan zijn tafel in haar matgroen zijden japon .... een kinderlijke prinses, te tenger voor dit groot toilet met de hoogopgedofte mouwen. Het kleine, witte gezicht met de donker-omwimperde, donker-omschaduwde oogen heeft de onveranderlijke verdroomdheid van een masker. Het zware, zwarte haar geeft bij dit broos figuurtje het effect van een overbelasting. Het is, of een geraffineerd kunstenaar het zoo gewild heeft, opdat tegen dien eenen dissonant het geheel te breekbaarder zou schijnen.

Ze zit daar zwijgzaam, maar altijd hoffelijk. Soms prevelt ze in zich zelf de woorden van de kleine zeemeermin; — Nu vaartwel dan, sprak ze eindelijk —, maar zonderdat hun beteekenis tot haar doordringt. Het rhythme van deze woorden geeft haar hetzelfde gevoel van vredige ontspanning, dat het eentonig neuriën van een slaapliedje soms brengen kan. — Nu vaartwel dan, sprak ze eindelijk. —

Als Gerard Berkhof haar zoo ziet, is het hem wel, of er een zachte luister van haar afstraalt. Hij kan het niet definiëeren. Het komt hem voor, dat bij geen van zijn vrienden het damast zoo fijn en diep-glanzend is of de fonkeling van zilver en kristal dermate feestelijk, dat nergens de wijn zoo warm en rijk gloeit in de glazen. Het is of de enkele aanwezigheid van dat broze figuurtje, dat te breken schijnt onder den zwaren last van het

Sluiten