Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwarte haar, het feestelijk samenzijn in zijn huis opheft in een wereld van weidscher en voornamer allure . . . . in een wereld, waar hij zich vreemd voelt en toch altijd

zou willen zijn.

Ze is tóch een waardevol bezit, denkt hij dan wel,

om zich even later geërgerd af te vragen: — Bezit? Waarom is ze géén bezit? Waarom is ze niét zijn vrouw? Waarom onthoudt ze hem, waar hij zoozeer naar hunkert erkenning? _ . ,

Nee, hij zal nimmer toegeven, zelfs niet aan zichzell,

dat hij zijn vrouw haat. Hij heeft haar lief.... natuurlijk hoewel hij zijn grieven tegen haar heeft

gerechtmatigde grieven.

Heeft hij zich ooit bekend, dat hij zijn vader haatte. Ook tegen dien heeft hij slechts gerechtmatigde grieven

gekoesterd. .

Zijn vader .... hij neemt aan, dat die zich nu in den

hemel bevindt. Maar Stance, zijn vrouw, bevindt zich op aarde. En in den nacht kan hij zich momenteel de illusie verschaffen haar overwonnen te hebben.

En toch .... en toch .... welk is dit lijdelijk wezen, dat hij 's nachts in zijn armen knelt, dat hij zou willen smoren, opdat het maar klaagde snikte in benauwing, opdat het maar hem als de meerdere .... de machtige.... de groote . . . . erkende? Welk is dit wezen, dat lijdelijk zijn wil ondergaat? Is het Stance, zijn vrouw ? Of ontglipt ze hem ook hier ?

Ze heeft zijn kind gedragen. Negen maanden lang

Sluiten