Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nevelen worden dichter. De verschijningen, die er zich in bewegen doemen plotseling op uit het ondoordringbare en het kost moeite ze vast te houden. Of alles op rolletjes staat op een bodem, die helt. Zoo is het er. Zoo is het uit je gezichtsveld weggegleden.

Diner.

Het woord is door Gerard gesproken. Diner.... Donderdag.

Het beeld staat voor je. Dit moet je vast houden. Klank en begrip mogen niet uiteenwijken. Diner dus. Het begrip mag zich niet terugtrekken tot een vaag omlijnde, monsterlijke grootheid .... tot iets zwarts in de nevelen, terwijl alleen de leege klank je blijft. Ze moet het hier houden, scherpomlijnd. Diner .... iets heel bekends .... menschen .... eten .... menu .... alles bekend. Ieder begrip heeft de neiging weg te glijden in het niet of vreemd, gigantisch, onbekend te worden, zoodat je het niet meer weet te hanteeren.

Nu, in de inspanning om dit vast te houden, bijt ze onbewust de kleine tanden in de onderlip. Gedurig is haar lip gesprongen van dit knagend bijten.

Ditmaal lukt het. Het schuwe woord, uit nevelen opgedoemd, laat zich lokken. Het blijft. Het vleit zich neer. Diner: gedekte tafel, zilver, kristal, lampoverschenen. Gasten, de eendvogel, en de wijn.

Voor den wijn zorgt Gerard, hoewel hij van wijn geen verstand heeft als Papa. Diner .... hoe rustig en bekend is het nu.

Sluiten